Vorige Foto Beeld Tekst Tekening Nieuw Info Home Volgende

De Koning van de Zon

Dagelijk stappen voor de Sacré-Coeur hele busladingen toeristen uit. Ik bekijk hoe de dagjesmensen als schoolkinderen bij elkaar plakken. Zo nu en dan breekt er één uit het gelid en wordt er een foto geknipt: manlief of vrouwlief voor de witte suikertaart of voor het weidse uitzicht over de grijze lichtstad. Vervolgens drommen de kinderen naar Place du Tertre, waar ze hun ansichten kopen, hun koffie drinken en een tweederangs portret laten tekenen.

Jardin des Tuileries, Parijs

Voor mij is het de zoveelste keer Parijs en ik beweeg me inmiddels onafhankelijk door de stad. Ik weet waar de croissants aux amandes het lekkerst zijn. Mijn stukje romantiek koop ik bij de stalletjes op Carré Marigny in de vorm van oude ingekleurde ansichtkaarten, verleidelijk door de krullerige schrijfsels en de tand des tijds die de kaarten heeft aangevreten. Ik maak ook foto's, maar met een Hoger Doel: ik probeer de verstijfde dramatiek van standbeelden vast te leggen en begeef me daarvoor in breed aangelegde tuinen. Midden in Parijs zijn de mooiste beelden te vinden in de Tuilerieën. Het meest barok zijn de tuinen die rondom de stad liggen, die van Saint-Cloud, Sceaux en het onvermijdelijke Versailles.

Versailles, voorplein en deel van de voorgevel van het paleis

De spuiters aan de magistrale dakranden kijken al vier eeuwen op het voetvolk neer en lozen vandaag onophoudelijk hun inhoud. Beneden kan de gelukkige in het bezit van een paraplu de stralen nog afweren. De overige wachtenden worden steeds natter en ik schuifel kleumend mee in de richting van de ingang.

Binnen heerst niet bepaald de ideale luchtvochtigheidsgraad; alle vensters zijn beslagen. De geur van natte kleding, vermengd met die van mottenballen en boenwas, zal tijdens de hele rondgang in mijn neus blijven hangen.
De bezoekers wacht op de parterre een bijna eindeloze serie staatsieportretten. Kabinet na kabinet wordt door de suppoosten achter de rug gesloten, zodat we ons tenslotte laten opjagen naar de eerste etage. Daar mogen wij ons vrij bewegen en ontdek ik een fraaie 'trompe l'oeuil'-schildering die de illusie van een zijvertrek oproept. Beneden was al het marmer ook 'trompe l'oeuil', maar deze 17e eeuwse interpretatie oogt minder goedkoop.

Versailles, le Cent Marches en hekwerk naast de Orangerie

Ik probeer me voor te stellen hoe het er hier aan toeging in de tijd van Lodewijk XIV. Het moet een drukte van belang geweest zijn in de immense zalen, gangen en trapportalen; het hof herbergde zo'n duizend edelen met vierduizend (!) bedienden. De hele hofcultuur was een tactiek van Lodewijk XIV om de adel onder de duim te houden (1). Voor hen was er een overdaad aan voedsel en het puikje van de toneel-, dicht- en toonkunst, werden er banketten en gemaskerde bals geörganiseerd. In ruil daarvoor betaalde de adel zich arm aan huurpenningen en de nieuwste kledij. Door nauwkeurige voorschriften kreeg ieder zijn plaats in het koninklijke gevolg. De etiquette bepaalde de soort stoel waarop men zat, hoe men zich passend kleedde, of men een buiging maakte. De consequenties van de regelgeving zorgden soms voor dwaze omstandigheden, maar het fraaist laat zich toch de voorgeschiedenis van Versailles beschrijven, als een klassiek sprookje:

Een lange, lange tijd geleden was het in een land, niet zo ver van hier, zeer kostbaar en zeer deftig om erwten te eten. Een echte dame was gelukkig als ze een bord erwten had gekocht, al kostte het zoveel als een werkman in tweeduizend dagen verdiende. Zo'n dame at dan trots en met smaak één voor één de erwten op.

Versailles, ruiterstandbeeld van de Zonnekoning op de Cour Royale

Iedereen at graag de lievelingsgroente van de koning, maar de koning at de lievelingsgroente van de koning het vaakst. Als de zilveren schalen met erwten door de gangen van het paleis werden gedragen maakte men beleefd een buiging. Meestal at de koning alleen of met de koningin. De edellieden keken op een afstand, met de hoed in de hand, zwijgend toe.
Allen hoopten ze op een uitnodiging voor het Grote Koningsmaal, dat op bepaalde dagen werd gehouden. Dan aten de gasten met de hoed op en zette de koning zijn hoed af. Zo bleef hij het uitzonderlijke middelpunt, blootshoofds of niet. De koning zag zichzelf als de zon en de mensen draaiden als planeten om hem heen.

Versailles, de Farnese Hercules op het Ile Royale

De rijkdommen van de Koning van de Zon werden beheerd door een van zijn gewichtigste onderdanen. Deze burggraaf zag zijn schaduw groeien in het licht van zijn vorst. De burggraaf bezat landerijen en herenhuizen vol met meubels en tapijten. Hij had gewaden met goud bestikt en met goud gevoerd. En hij at regelmatig een goed bord vol met erwten. Maar dat was hem niet genoeg. Hij sprak: 'Quo non ascendam?' (Tot waar zal ik niet opklimmen?)...

Drie dagen later dienden zich drie mannen aan bij de burggraaf. Het waren de Bekwaamste Bouwmeester, de Bekwaamste Sierschilder en de Bekwaamste Tuinontwerper. Of hun Heer niet een kasteel wilde laten bouwen, van waar hij uit kon kijken over zijn geliefde landgoed? Zij wilden wel de leiding nemen over de duizenden werklieden en de bouw van het paleis, dat in alle opzichten aan de grootheid van hun Heer zou voldoen. Dit alles natuurlijk in ruil voor een nederig fortuin. De burggraaf aarzelde geen moment en stemde vol geestdrift in met het voorstel.

Versailles, trellis en beelden in de Salle des Marronniers (Galerie des Antiques)

Tien jaren verstreken en op een kale heidevlakte was een paleis verrezen dat schitterde als een parel in een ring van tuinen, vijvers en lanen. De roem van dit juweel was ook de koning ter ore gekomen en hij verlangde een uitnodiging van de burggraaf. Dat heerschap op zijn beurt zwol van trots. Wat een eer en wat een bekroning! Het gebouw was nog niet af, maar de koning kon men niet laten wachten. Hij nam zelf de organisatie in handen van het prachtige feest ter ere van de hoge gast.
Alles moest zo rijk mogelijk zijn. Hij bestelde een theaterstuk, een balletvoorstelling, een overdonderend vuurwerk. Meubels, serviezen, tapijten en wandkleden moesten overgebracht worden uit zijn andere huizen. Een leger van koks zou zich aan de bereiding van de fijnste spijzen gaan zetten. Het voor de koning bestemde servies was van puur goud...

Eindelijk brak de grote dag aan. De burggraaf poederde en parfumeerde zich, trok zijn mooiste gewaad aan en zette zijn mooiste pruik op. Hij voelde zich moe, maar gelukkig. Spoedig zouden de koetsen van de koning voorrijden.
Zoals elke vorst liet de koning op zich wachten. Toen hij dan ook met zijn gevolg aankwam was de burggraaf koortsig van de zenuwen. Maar alles aan het paleis blonk in de zon en de tuin lag er schitterend bij. De feestelijkheden zouden foutloos verlopen.
De Koning van de Zon reageerde bij de begroeting echter koeltjes en na elke overdaad steeds ijziger. Nog nooit had de koning zoveel moois bij elkaar gezien. En dat juist beviel hem allerminst. Zijn eigen paleis was armzalig vergeleken bij dit pronkstuk. Zijn eigen gouden servies was omgesmolten om de kosten van de oorlog te dekken. De koning hield zijn groeiende woede edel in...

Enkele dagen later werd de burggraaf door een musketier van de koning gearresteerd. De koning sprak: 'Une foy, un roy, une loy' (Eén geloof, één koning, één wet), zodat hij toch het laatste woord kreeg. Hij ontbood de Bekwaamste Bouwmeester, de Bekwaamste Sierschilder en de Bekwaamste Tuinontwerper en beval ze een paleis te bouwen, voor hem speciaal met tienmaal de pracht en de praal. De koning kon men niets weigeren en dus schiepen zij, in vijftig lange jaren, een slot dat het mooiste ter wereld zou worden.
En de burggraaf? Flemen, smeken en jammeren voor de voeten van de koning mocht niet baten. Hij werd beschuldigd van diefstal en sleet zijn verdere leven in de donkerte van de gevangenis. Daar had hij zelfs geen schaduw. En vond hij nimmer meer een erwt op zijn bord.

Nicolas Fouquet, de bewuste burggraaf en opperintendent van Lodewijk XIV, kwam dus ellendig aan zijn einde. Het driemanschap van de architect Louis Le Vau, de decorateur Charles Le Brun en de tuinarchitect André Le Nôtre was geketend aan des Konings verlangen om het slot Vaux-le-Vicomte in het tienvoudige te overtreffen. De drie ontvingen echter alle middelen om hun gezamenlijk kunstwerk te realiseren en beloond werden ze, met levenslange internationale faam (2). Natuurlijk straalde de meeste glorie van Versailles af op de Zonnekoning zelf, die daarvoor de helft van zijn leven moest verkeren tussen modder en kalk, steigers en ladders, metselaars en grondwerkers.

Ik stel me de grijze despoot altijd voor op een van de spaarzame momenten dat hij alleen kon zijn en het juk van zijn publieke rol kon afwerpen: een versteend silhouet in en spiegelzaal, omringd door klatergoud en avondrood. Het valt te betwijfelen of bij Lodewijk ooit de bezinning daagde.

De dansende kaarsvlammen in de kroonluchters zijn vervangen door stijve elektriek. Zeventien spiegels tegenover zeventien vensters weerkaatsen nu de beelden van toeristen, gewapend met folders, boekwerken en walkmanguides. Een meisje fatsoeneert haar natte haardos in een van de spiegels, een Engelsman beklaagt zich over de ingekraste graffiti en even verderop staart een vrouw met een onkies gevoel op het hemelbed van Marie-Antoinette.
Als ik die middag het paleis verlaat regent het nog steeds. Met hinkstapsprongen tussen de plassen door haast ik me naar de ingang van de metro.

Versailles, hekwerk en beeldenpartij bij de entree

Ik word door schaapjeswolken verwelkomd als ik enkele dagen later opnieuw de kasseien van Versailles betreed. Eindelijk kan ik hier mijn camera uit de tas halen. Door het vroege tijdstip is het nog rustig en kan ik stukken van het voorplein fotograferen zonder 20e eeuwse figuranten.
Vanuit het plateau aan de andere zijde van het paleis krijg ik een overzicht over de tuin der tuinen, het magnum opus van André Le Nôtre. Ik voel me even de koning te rijk met die uitgestrektheden aan mijn voeten; dit is de natuur in al haar schoonheid onderworpen aan de absolute macht van de mens. Alles lijkt in wezen nadrukkelijk kunstmatig: de kleurpatronen van de vrij uit elkaar geplaatste bloemplanten (3), de uitgelijnde hagen als massieve windschermen, het gras per strekkende meter en de rechthoekige waterbekkens als enorme spiegels in de verte. Maar onderhuids zegeviert de natuur en wordt haar vrije vorm geaccentueerd door haar keurslijf; de plant bloeit niet symmetrisch, de tak groeit niet recht, de wolken in de spiegels verwaaien.

Parc des Sceaux, een staaltje van secuur snoeiwerk volgens de beste Barokke tuintraditie

De geometrische aanleg leidt het oog en misleidt het oog. Hoewel de afmetingen van de tuin op zichzelf beschouwd groot zijn, berust toch de indruk die het geheel maakt voornamelijk op gezichtsbedrog: van boven gezien daalt het geconstrueerde landschap langs een aantal niveaus af naar het lagergelegen waterbassin dat als blikvanger dient. Onderweg heeft Le Nôtre op geraffineerde wijze het perspectief gecorrigeerd: de paden en tuinpartijen worden steeds langer en breder. De ruimtelijkheid wordt in zekere mate tegengewerkt, zodat van bovenaf de tuinpartijen even groot lijken. Het waterbassin wordt rechthoekig voor het oog, maar is in werkelijkheid trapeziumvormig. Het vergezicht lijkt dichterbij te liggen en de menselijke gestalte daarin wordt onverklaarbaar nietig.
Omgekeerd ziet de kijker beneden bij het Grand Canal alle wegen versmallen en omhoog leiden naar het paleis. De perspectiefwerking wordt nu versterkt, zodat het gebouw verder weg lijkt te staan en in verhouding tot zijn omgeving nog imposanter overkomt.

De hele dag dwaal ik door de aaneengesloten bosquets en de brede open lanen. Ik mijmer over de menselijke inspanning die het destijds kostte om de 1400 fonteinen van water te voorzien. Als de Zonnekoning een ritje maakte door de parken spoten de fonteinen op zijn pad metershoog, om achter zijn rug weer droog te vallen.

In Nederland is er weinig overgebleven van de kleinere baroktuinen uit de eerste helft van de 18e eeuw, aangelegd in navolging van Le Nôtre's krachttoer. Amper één eeuw later heerstte de Romantiek, en daarna woedde de landschapsstijl uit Groot-Brittannië als een beeldenstorm. De buitens werden aan de nieuwe modes aangepast. Wat ik eerder aantrof in Nederland was verwaarloosd of halfslachtig gereconstrueerd.
De Romantiek was een typische reactie op de ordening van de Barok. De formele tuin werd vervangen door de schijn van een ongerepte natuur, de rechte lijn werd afgebogen. De nieuwe stijl bood de mens slingerende paden, beekjes en bruggetjes, verstopte watervalletjes, onverwachte doorkijkjes en namaakruïnes. Het despotenperspectief werd verleden tijd en bleef zelden zo goed bewaard als in Versailles.

 

Noot 1
En om het gewone volk te imponeren, aldus de memoires van Lodewijk XIV: 'Het volk houdt van vertoningen en praal. Op deze manier behouden wij hun loyaliteit en toewijding, soms zelfs doeltreffender dan door welverdiende beloningen en gunsten'. terug naar de hoofdtekst

Noot 2
Georges Lenôtre
beschreef het valse beeld dat de portretten uit die tijd gaven van de toenmalige grote kunstenaars, die werden afgebeeld als deftige heren met een pruik op:

'Gesteld dat er ongedwongen momentopnamen zouden bestaan, dan zouden wij hen in een heel ander licht zien: Le Brun, bovenop een ladder, omringd door Olympische figuren, zijn kiel besmeurd met verf in allerlei kleuren en zijn broek onder de olievlekken, Mansart (de opvolger van Le Vau, na diens overlijden in 1670. EvO) in een wit hemd, aanwijzingen gevend aan zijn steenhouwers en kalkmengers... En te midden van alle bedrijvigheid zou men Le Nôtre zien met zijn grote voorschoot waar hij altijd zijn pootijzer en zijn snoeimes in opbergt, een strooien hoed op zijn hoofd, met een baard van acht dagen, terwijl hij zich over een van zijn bloemenborders buigt, een buksboom bijsnoeit, zijn gazons uitlijnt of het brood breekt met zijn helpers'. terug naar de hoofdtekst

Noot 3
In de 17e eeuw bestonden bloemplanten nog niet in zulke grote aantallen en variëteiten als tegenwoordig. Men was gewend om elke plant op zich te kunnen bewonderen. terug naar de hoofdtekst

 

Geraadpleegde bronnen

Versailles / Paolo Cangioli. - Alphen aan den Rijn: Atrium, 1989. - (Atrium cultuurgidsen). - ISBN 90-6113-349-1

Het getemde paradijs: Europese tuinen toen & nu / Zesdelige documentaire televisie-serie van Dirk Everaert over de geschiedenis van de Europese tuinarchitectuur. Deel 3: Barok. Frankrijk: Vaux-le-Vicomte en Versailles. België: Beloeil en Warandepark Brussel. BRT, 1990.

Frankrijk onder Lodewijk XIV / W.K. Ritchie. - Haarlem: Fibula-Van Dishoeck, 1978. - (Fibula oriëntatiereeks). - ISBN 90-228-3242-2

Kastelen en paleizen van Parijs en omgeving / Janine en Pierre Soisson. - Alphen aan den Rijn: ICOB, cop. 1983. - ISBN 90-6113-149-9

 


Linktips voor deze pagina

Kasteel van Versailles
Veel websites richten zich op de kunsthistorie en minder op de cultuurgeschiedenis en de tuinarchitectuur van Versailles. Dit artikel in Wikipedia is kernachtig en een goed startpunt.

De geschiedenis van de tuinarchitectuur: de Franse baroktuin
Aardig artikel op Tuinkrant.com met tips voor de aanleg van een eigen baroktuin.

© Eric van Oevelen, 1991-2006
Laatst gewijzigd: 19-09-2006 RSS-feeds Sitemap
Home