|
De Koning van de Zon Dagelijk stappen voor de Sacré-Coeur hele busladingen toeristen uit. Ik bekijk hoe de dagjesmensen als schoolkinderen bij elkaar plakken. Zo nu en dan breekt er één uit het gelid en wordt er een foto geknipt: manlief of vrouwlief voor de witte suikertaart of voor het weidse uitzicht over de grijze lichtstad. Vervolgens drommen de kinderen naar Place du Tertre, waar ze hun ansichten kopen, hun koffie drinken en een tweederangs portret laten tekenen.
Voor mij is het de zoveelste keer Parijs en ik beweeg me inmiddels onafhankelijk door de stad. Ik weet waar de croissants aux amandes het lekkerst zijn. Mijn stukje romantiek koop ik bij de stalletjes op Carré Marigny in de vorm van oude ingekleurde ansichtkaarten, verleidelijk door de krullerige schrijfsels en de tand des tijds die de kaarten heeft aangevreten. Ik maak ook foto's, maar met een Hoger Doel: ik probeer de verstijfde dramatiek van standbeelden vast te leggen en begeef me daarvoor in breed aangelegde tuinen. Midden in Parijs zijn de mooiste beelden te vinden in de Tuilerieën. Het meest barok zijn de tuinen die rondom de stad liggen, die van Saint-Cloud, Sceaux en het onvermijdelijke Versailles.
De spuiters aan de magistrale dakranden kijken al vier eeuwen op het voetvolk neer en lozen vandaag onophoudelijk hun inhoud. Beneden kan de gelukkige in het bezit van een paraplu de stralen nog afweren. De overige wachtenden worden steeds natter en ik schuifel kleumend mee in de richting van de ingang. Binnen heerst niet bepaald de ideale luchtvochtigheidsgraad;
alle vensters zijn beslagen. De geur van natte kleding, vermengd met die
van mottenballen en boenwas, zal tijdens de hele rondgang in mijn neus
blijven hangen.
Ik probeer me voor te stellen hoe het er hier aan toeging in de tijd van Lodewijk XIV. Het moet een drukte van belang geweest zijn in de immense zalen, gangen en trapportalen; het hof herbergde zo'n duizend edelen met vierduizend (!) bedienden. De hele hofcultuur was een tactiek van Lodewijk XIV om de adel onder de duim te houden (1). Voor hen was er een overdaad aan voedsel en het puikje van de toneel-, dicht- en toonkunst, werden er banketten en gemaskerde bals geörganiseerd. In ruil daarvoor betaalde de adel zich arm aan huurpenningen en de nieuwste kledij. Door nauwkeurige voorschriften kreeg ieder zijn plaats in het koninklijke gevolg. De etiquette bepaalde de soort stoel waarop men zat, hoe men zich passend kleedde, of men een buiging maakte. De consequenties van de regelgeving zorgden soms voor dwaze omstandigheden, maar het fraaist laat zich toch de voorgeschiedenis van Versailles beschrijven, als een klassiek sprookje: Een lange, lange tijd geleden was het in een land, niet zo ver van hier, zeer kostbaar en zeer deftig om erwten te eten. Een echte dame was gelukkig als ze een bord erwten had gekocht, al kostte het zoveel als een werkman in tweeduizend dagen verdiende. Zo'n dame at dan trots en met smaak één voor één de erwten op.
Iedereen at graag de lievelingsgroente van de koning,
maar de koning at de lievelingsgroente van de koning het vaakst. Als de
zilveren schalen met erwten door de gangen van het paleis werden gedragen
maakte men beleefd een buiging. Meestal at de koning alleen of met de
koningin. De edellieden keken op een afstand, met de hoed in de hand,
zwijgend toe.
De rijkdommen van de Koning van de Zon werden beheerd door een van zijn gewichtigste onderdanen. Deze burggraaf zag zijn schaduw groeien in het licht van zijn vorst. De burggraaf bezat landerijen en herenhuizen vol met meubels en tapijten. Hij had gewaden met goud bestikt en met goud gevoerd. En hij at regelmatig een goed bord vol met erwten. Maar dat was hem niet genoeg. Hij sprak: 'Quo non ascendam?' (Tot waar zal ik niet opklimmen?)... Drie dagen later dienden zich drie mannen aan bij de burggraaf. Het waren de Bekwaamste Bouwmeester, de Bekwaamste Sierschilder en de Bekwaamste Tuinontwerper. Of hun Heer niet een kasteel wilde laten bouwen, van waar hij uit kon kijken over zijn geliefde landgoed? Zij wilden wel de leiding nemen over de duizenden werklieden en de bouw van het paleis, dat in alle opzichten aan de grootheid van hun Heer zou voldoen. Dit alles natuurlijk in ruil voor een nederig fortuin. De burggraaf aarzelde geen moment en stemde vol geestdrift in met het voorstel.
Tien jaren verstreken en op een kale heidevlakte was een
paleis verrezen dat schitterde als een parel in een ring van tuinen, vijvers
en lanen. De roem van dit juweel was ook de koning ter ore gekomen en
hij verlangde een uitnodiging van de burggraaf. Dat heerschap op zijn
beurt zwol van trots. Wat een eer en wat een bekroning! Het gebouw was
nog niet af, maar de koning kon men niet laten wachten. Hij nam zelf de
organisatie in handen van het prachtige feest ter ere van de hoge gast. Eindelijk brak de grote dag aan. De burggraaf poederde
en parfumeerde zich, trok zijn mooiste gewaad aan en zette zijn mooiste
pruik op. Hij voelde zich moe, maar gelukkig. Spoedig zouden de koetsen
van de koning voorrijden. Enkele dagen later werd de burggraaf door een musketier
van de koning gearresteerd. De koning sprak: 'Une foy, un roy, une loy'
(Eén geloof, één koning, één wet),
zodat hij toch het laatste woord kreeg. Hij ontbood de Bekwaamste Bouwmeester,
de Bekwaamste Sierschilder en de Bekwaamste Tuinontwerper en beval ze
een paleis te bouwen, voor hem speciaal met tienmaal de pracht en de praal.
De koning kon men niets weigeren en dus schiepen zij, in vijftig lange
jaren, een slot dat het mooiste ter wereld zou worden. Nicolas Fouquet, de bewuste burggraaf en opperintendent van Lodewijk XIV, kwam dus ellendig aan zijn einde. Het driemanschap van de architect Louis Le Vau, de decorateur Charles Le Brun en de tuinarchitect André Le Nôtre was geketend aan des Konings verlangen om het slot Vaux-le-Vicomte in het tienvoudige te overtreffen. De drie ontvingen echter alle middelen om hun gezamenlijk kunstwerk te realiseren en beloond werden ze, met levenslange internationale faam (2). Natuurlijk straalde de meeste glorie van Versailles af op de Zonnekoning zelf, die daarvoor de helft van zijn leven moest verkeren tussen modder en kalk, steigers en ladders, metselaars en grondwerkers. Ik stel me de grijze despoot altijd voor op een van de spaarzame momenten dat hij alleen kon zijn en het juk van zijn publieke rol kon afwerpen: een versteend silhouet in en spiegelzaal, omringd door klatergoud en avondrood. Het valt te betwijfelen of bij Lodewijk ooit de bezinning daagde. De dansende kaarsvlammen in de kroonluchters zijn vervangen
door stijve elektriek. Zeventien spiegels tegenover zeventien vensters
weerkaatsen nu de beelden van toeristen, gewapend met folders, boekwerken
en walkmanguides. Een meisje fatsoeneert haar natte haardos in
een van de spiegels, een Engelsman beklaagt zich over de ingekraste graffiti
en even verderop staart een vrouw met een onkies gevoel op het hemelbed
van Marie-Antoinette.
Ik word door schaapjeswolken verwelkomd als ik enkele dagen
later opnieuw de kasseien van Versailles betreed. Eindelijk kan ik hier
mijn camera uit de tas halen. Door het vroege tijdstip is het nog rustig
en kan ik stukken van het voorplein fotograferen zonder 20e eeuwse figuranten.
De geometrische aanleg leidt het oog en misleidt het oog.
Hoewel de afmetingen van de tuin op zichzelf beschouwd groot zijn, berust
toch de indruk die het geheel maakt voornamelijk op gezichtsbedrog:
van boven gezien daalt het geconstrueerde landschap langs een aantal niveaus
af naar het lagergelegen waterbassin dat als blikvanger dient. Onderweg
heeft Le Nôtre op geraffineerde wijze het perspectief gecorrigeerd:
de paden en tuinpartijen worden steeds langer en breder. De ruimtelijkheid
wordt in zekere mate tegengewerkt, zodat van bovenaf de tuinpartijen even
groot lijken. Het waterbassin wordt rechthoekig voor het oog, maar is
in werkelijkheid trapeziumvormig. Het vergezicht lijkt dichterbij te liggen
en de menselijke gestalte daarin wordt onverklaarbaar nietig. De hele dag dwaal ik door de aaneengesloten bosquets en de brede open lanen. Ik mijmer over de menselijke inspanning die het destijds kostte om de 1400 fonteinen van water te voorzien. Als de Zonnekoning een ritje maakte door de parken spoten de fonteinen op zijn pad metershoog, om achter zijn rug weer droog te vallen. In Nederland is er weinig
overgebleven van de kleinere baroktuinen uit de eerste helft van de 18e
eeuw, aangelegd in navolging van Le Nôtre's krachttoer. Amper één
eeuw later heerstte de Romantiek, en daarna woedde de landschapsstijl
uit Groot-Brittannië als een beeldenstorm. De buitens werden aan
de nieuwe modes aangepast. Wat ik eerder aantrof in Nederland was verwaarloosd
of halfslachtig gereconstrueerd.
Noot 1 Noot 2 'Gesteld dat er ongedwongen momentopnamen zouden bestaan, dan zouden wij hen in een heel ander licht zien: Le Brun, bovenop een ladder, omringd door Olympische figuren, zijn kiel besmeurd met verf in allerlei kleuren en zijn broek onder de olievlekken, Mansart (de opvolger van Le Vau, na diens overlijden in 1670. EvO) in een wit hemd, aanwijzingen gevend aan zijn steenhouwers en kalkmengers... En te midden van alle bedrijvigheid zou men Le Nôtre zien met zijn grote voorschoot waar hij altijd zijn pootijzer en zijn snoeimes in opbergt, een strooien hoed op zijn hoofd, met een baard van acht dagen, terwijl hij zich over een van zijn bloemenborders buigt, een buksboom bijsnoeit, zijn gazons uitlijnt of het brood breekt met zijn helpers'. terug naar de hoofdtekst Noot 3
Geraadpleegde bronnen Versailles / Paolo Cangioli. - Alphen aan den Rijn: Atrium, 1989. - (Atrium cultuurgidsen). - ISBN 90-6113-349-1 Het getemde paradijs: Europese tuinen toen & nu / Zesdelige documentaire televisie-serie van Dirk Everaert over de geschiedenis van de Europese tuinarchitectuur. Deel 3: Barok. Frankrijk: Vaux-le-Vicomte en Versailles. België: Beloeil en Warandepark Brussel. BRT, 1990. Frankrijk onder Lodewijk XIV / W.K. Ritchie. - Haarlem: Fibula-Van Dishoeck, 1978. - (Fibula oriëntatiereeks). - ISBN 90-228-3242-2 Kastelen en paleizen van Parijs en omgeving / Janine en Pierre Soisson. - Alphen aan den Rijn: ICOB, cop. 1983. - ISBN 90-6113-149-9
|
|||
| © Eric
van Oevelen, 1991-2006 Laatst gewijzigd: 19-09-2006  |
![]() |
||